Elektriciteitsprijzen dalen door meer duurzame energie


Overheden stimuleren investeringen in duurzame energie om aan klimaatdoelstellingen te voldoen. Dit leidt tot lagere elektriciteitsprijzen.
Is dit wel goed voor de markt?

Economisch gezien is de trend naar duurzame energie meer dan een bijdrage aan het milieu. Duurzame energiebronnen zoals windmolens en zonnepanelen veranderen het aanbod systematisch en dit heeft gevolgen voor de marktprijs van elektriciteit.

Om dit te zien is het van belang te weten dat elektriciteit op een markt verhandeld wordt. Dagelijks geven producenten op de day-ahead markt aan welke prijs zij minimaal willen ontvangen voor een bepaald volume elektriciteit. De beurs die de day-aheadmarkt verzorgt (in Nederland de APX) zet de biedingen van de producenten vervolgens op een rij, oplopend in prijs. De producent met de laagste prijs krijgt als eerste volume toegewezen, vervolgens de producent met de op een na laagste prijs en dit zet zich voort totdat de totale vraag naar elektriciteit toegewezen is [1].

Wat bepaalt nu de minimale prijzen die de producenten vragen? De eigenaar van een kolencentrale zal minimaal de brandstof- en emissiekosten willen terugverdienen. De eigenaar van windmolens of zonnepanelen kent geen brandstof- en emissiekosten en kan dus lagere prijzen vragen dan de kolencentrale. Strategisch gezien zal deze eigenaar dus net iets minder vragen dan wat een kolencentrale vraagt, zodat hij zeker weet dat hij vraag krijgt toegewezen en dat zijn opbrengsten maximaal zijn. Je ziet hierdoor al dat de marktprijs lager is dan wanneer er alleen een kolencentrale zou zijn. Als er nu veel meer volume van windmolens en zonnepanelen is, of van andere producenten zonder brandstofkosten (denk aan waterkrachtcentrales), dan er vraag naar elektriciteit is zullen die producenten onderling gaan concurreren om de vraag. Omdat zij geen brandstofkosten hebben, zijn zij bereid om ieder bedrag groter dan nul te accepteren. In zo’n situatie zal de marktprijs net boven nul liggen. Dit komt al volop voor in Duitsland of Noorwegen als er teveel elektriciteit uit zon is of de waterkrachtcentrales in Noorwegen bijna overstromen door smeltende sneeuw. Hoe meer producenten zonder brandstof- en emissiekosten, des te lager de elektriciteitsprijs.

Dit effect verklaart bijvoorbeeld het verschil tussen de elektriciteitsprijs in Nederland en die op de Nord Pool beurs (de markt van de Noordse landen). In de landen van de Nord Pool markt wordt op veel dagen al meer dan de helft van de elektriciteit geproduceerd uit bronnen zonder brandstof- en emissiekosten (voornamelijk water en wind). Medio september 2014 is de prijs van het Q4 baseload contract voor levering in Nederland ongeveer euro 48 per MWh en hetzelfde contract voor levering in de Nord Pool landen kost euro 37 per MWh; ongeveer 23% lager dan in Nederland. Onderzoek in Spanje toont aan dat de elektriciteitsprijs daar gemiddeld met 4% daalt per 1 GWh aan extra windproductie.

Dit lijkt een zegen voor de elektriciteitsmarkt: hoe meer duurzame stroom, des te lager de prijs. Ik denk echter dat het een gevaar is. Windmolens worden massaal gesubsidieerd met zogenaamde feed-in tarieven (SDE regeling).
Een windmolen eigenaar krijgt vanuit dit subsidieprogramma een gegarandeerde opbrengst per MWh. Die garantie werkt als een aanvulling. De eigenaar verkoopt de stroom op de beurs en de overheid vult aan als de marktprijs lager is dan de garantieprijs. Het feit dat elektriciteitsprijzen dalen als gevolg van meer windmolens en zonnepanelen zal ertoe leiden dat de kosten van deze subsidieregeling flink zullen toenemen; de lagere prijs moet immers gecompenseerd worden. De vraag is of overheden bereid zullen zijn dit te blijven doen. Zonder die subsidies wordt het niet interessant om te investeren in windmolens en zonnepanelen. Immers, hoe meer hierin wordt investeert, hoe lager de prijs wordt en hoe minder ze opleveren.

De subsidieregeling beschermt de investeerder vooralsnog, maar als de subsidie om een of andere reden wordt beperkt of afgeschaft zitten investeerders met windmolens en zonnepanelen die weinig opleveren en onrendabel zullen zijn. Daarnaast leiden de lagere marktprijzen tot minder opbrengsten voor producenten die elektriciteit produceren met brandstoffen. De blijkt bijvoorbeeld uit de lagere beurskoersen van bedrijven als bijvoorbeeld RWE en EOn.

Het zal vast niet zover komen dat alle elektriciteitsprijzen naar nul gaan; anders valt er voor producenten niets te verdienen en zal er geen elektriciteit geproduceerd worden. In de tussentijd zal het één en ander aan de marktopzet aangepast worden. Er wordt gesproken over capaciteitsmarkten of het toestaan van extreem hogere prijzen zoals in Engeland, zodat een producent in een uur veel kan verdienen ter compensatie voor andere uren met lage prijzen of waarin de centrale stilstaat.

De toekomst zal het leren…
[1] Dit is niet helemaal conform de werkelijke werking van de APX, maar benaderd het genoeg om het idee helder te krijgen.


Ronald Huisman, Energy Global
September 2014