Kapitaalskosten zijn een onderdeel van de energieprijs


Het valt me op dat het veelal onbekend is hoe kapitaalsintensief de handel in energie is. Een energiebedrijf moet kapitaal reserveren als onderpand en kan dat kapitaal niet voor andere doelen aanwenden. Dit bedrijf zal de kosten voor het kapitaal moeten terugverdienen en zodoende doorrekenen in de energieprijs.

Dit gaat ongeveer als volgt.

Stel dat een energiebedrijf klanten heeft die elektriciteit willen gebruiken in het komende kalenderjaar. Voor zover het energiebedrijf de elektriciteit niet zelf kan produceren, zal het op energiebeurzen leveringscontracten kopen. Op de termijnmarkt, ook wel de futuresmarkt, worden bijvoorbeeld contracten verhandeld waar vanuit elektriciteit geleverd wordt gedurende elk uur van het komende kalenderjaar tegen een vaste prijs per MWh. Stel – als voorbeeld – dat deze vaste prijs 50 euro per MWh is. De organisatie achter de termijnmarkt, zeg de beurs, vereist dat zowel de kopende als de verkopende partij onderpand aanhoudt voor het contract dat zij onderling verhandeld hebben. De beurs doet dit om de ene partij te beschermen tegen een mogelijk faillissement van de ander. Na de transactie moeten zowel de koper als verkoper van het contract een hoeveelheid kapitaal op een speciale bankrekening storten. Deze hoeveelheid hangt af van de mate van beweeglijkheid van de prijs van het contract, maar laten we voor nu veronderstellen dat het aan te houden onderpand gelijk is aan 15% van de marktwaarde van het contract. Bij een marktwaarde van euro 50 per MWh moeten de koper en verkoper beide euro 7,50 per MWh storten op de bankrekening. Dit bedrag kan de onderneming niet langer voor andere activiteiten gebruiken en moet dus minimaal de kosten van kapitaal terugverdienen om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Kapitaalskosten zijn dus een onderdeel van de prijs die een klant voor de geleverde energie betaalt.

Het blijft niet bij deze initiële storting na het doen van de transactie. De regels van de beurs werken zo dat het energiebedrijf als koper van het leveringscontract extra kapitaal moet storten als de marktwaarde van het contract daalt. Je kunt hiervan de logica inzien als je redeneert dat het energiebedrijf eerst een contract had ter waarde van euro 50 per Mwh, ten gevolge van de prijsdaling is het contract minder waard geworden en het energiebedrijf leidt dus verlies als zij het contract om een of andere reden zou moeten verkopen. Energiebedrijven, in navolging van financiële instellingen, reserveren zoveel kapitaal om er altijd zeker van te zijn dat zij voldoende kapitaal kunnen bijstorten als gevolg van prijsdalingen. De hoogte van deze reservering hangt af van wat de maximale prijsdaling kan zijn en de kapitaalskosten van deze reservering zal het energiebedrijf doorrekenen in de energieprijs om aan haar financieringsverplichtingen te kunnen voldoen.

Energiebedrijven moeten dus kapitaal reserveren om energie voor klanten via de beurs in te kopen en de kosten van dit kapitaal rekent een energiebedrijf door aan de klant omdat zij anders niet aan haar financieringslasten kan voldoen.

Grote energie-inkopers kunnen structureel lagere energiekosten realiseren door na te denken over welke inkoopstrategie lage kapitaalsverplichtingen met zich meebrengt of door de kapitaalslasten zelf de dragen als de inkoper bijvoorbeeld lagere financieringskosten heeft dan het energiebedrijf.

Op zich is het een vreemde situatie dat energiebedrijven dit kapitaal zelf aanhouden. In andere financiële markten, zoals aandelen-, obligatie- en valutamarkten, leggen bijvoorbeeld banken de kapitaalsreservering bij de klant. Ik merk vaak dat een onderneming het normaal vindt om zelf de onderpanden aan te houden als zij valutatransacties doen, maar het niet normaal vinden als ze een energietransactie doen. Dit komt, denk ik, omdat valuta een activiteit van de CFO is en energie vaak een activiteit van een inkoper.

 

Ronald Huisman, Energy Global
September 2014