Waarom zijn experts zo slecht in voorspellen?


Ik las onlangs een artikel uit september 2013 dat ik bewaard had. Het ging over de prijs van een vat ruwe olie dat op dat moment ongeveer $108 per barrel was. Het artikel besprak de verwachtingen van experts over wat de olieprijs in 2014 en 2015 zou zijn. Men verwachtte $94,73 per barrel voor Amerikaanse WTI ruwe olie voor 2014. Een logische verwachting voor Europese Brent olie zou dan $100,73 voor 2014, omdat volgens de experts Brent $6 duurder is dan WTI. Verder verwachtte men een prijs van $81,73 voor WTI olie in 2015 en voor Brent olie dus $87,73.

De motivatie voor de lagere prijzen voor 2015 was, onder meer, de toename in aanbod van schalie-olie in de V.S. De auteur van het artikel was nogal sceptisch over deze motivatie, omdat hij redeneerde dat de marginale kosten van schalie-olie steeds hoger worden. Hij schatte deze kosten op zo’n $104,50 per vat. De auteur concludeerde dat deze hogere kosten alleen kunnen leiden tot een hogere olieprijs voor 2015.

In februari 2016 kost WTI olie rond $34 en kost Brent olie $35 per vat. Twee dingen vallen op. De werkelijke prijs is véél lager dan wat in 2013 werd verwacht en het fundamentele verschil tussen Brent en WTI is veel minder dan $6.

Waarom waren die voorspellingen zo slecht? Naar mijn idee zijn die verwachtingen helemaal niet zo slecht. De verwachtingen waren op basis van de situatie in de oliemarkt in 2013 de beste inschatting die men kon maken. Immers, de verwachtingen kwamen van experts en die zijn beter dan ik in staat om de situatie in de markt goed in te schatten. Maar wat die voorspellingen niet noemden was de volatiliteit en dat er een gerede kans was dat die verwachting niet zouden uitkomen.

Een ander artikel uit 2013 toont dat de mate van beweeglijkheid van de olieprijs, de volatiliteit van de olieprijs, ongeveer 1,5% per dag was. Dit betekent dat olieprijzen met twee keer de volatiliteit , dus met zo’n 3% per dag ,kunnen stijgen of dalen met 95% betrouwbaarheid. Tussen juli 2013 en februari zit twee en een half jaar, ongeveer 650 handelsdagen. Als de volatiliteit 1,5% per dag was in 2013, dan was een normale mate van beweeglijkheid over 650 handelsdagen 38%. Dit betekent dat in 2013 de beweeglijkheid van de prijzen dusdanig was dat, met 95% betrouwbaarheid, olieprijzen tussen juli 2013 en februari 2016 met 76% konden stijgen of dalen. Als we uitgaan van een olieprijs van $108 in 2013, dan impliceert deze volatiliteit dat de olieprijs in februari 2016 met 95% betrouwbaarheid tussen minimaal $25 en $190 per vat zou liggen. Als ik naar dit interval kijk, dan is het dus helemaal niet uitzonderlijk dat de WTI olieprijs nu $34 per vat is. Deze prijs ligt gewoon in het betrouwbaarheidsinterval dat we in 2013 konden inschatten.

Dit brengt me bij het probleem van voorspellen. Als mens zijn we erg gevoelig voor opmerkingen van experts over wat zij denken dat de olieprijs zal doen. Maar wij kunnen niet goed omgaan met de onzekerheid van verwachtingen. Daniel Kahneman, winnaar van de Nobelprijs voor onderzoek naar hoe mensen beslissingen nemen onder onzekerheid, geeft hiervan een mooi voorbeeld in zijn recente boek . Hij stelt dat succes wordt verklaard door skills en geluk. Meteen daarna stelt hij dat groot succes wordt verklaard door een beetje meer skills en veel meer geluk. Google is onherroepelijk een geweldig succesvol bedrijf. Maar komt dit succes alleen door de skills van de oprichters? Ik denk dat er meer van dit soort mensen zijn, mensen met dezelfde skills als de mensen achter Google, maar die niet het geluk hadden op het juiste moment te beginnen. Naast skills verklaart geluk ook het succes van Google. Echter, wanneer we over Google praten, doen we altijd net alsof het alleen door de oprichters komt. Over geluk hebben we het niet. Schiphol staat vol met boeken van CEO’s die proberen uit te leggen waarom hun methode leidt tot succes. Het ligt altijd aan hun skills. Maar als ik hun skills zou hebben en zou toepassen, dan lijkt de kans me klein dat ik even succesvol zal zijn als zij. Ik moet voornamelijk heel veel geluk hebben.

Je kunt op dezelfde manier naar voorspellingen en verwachtingen kijken. Als we de verwachte prijs voor olie in 2015 zien als skills (de verwachtingen komen immers van experts), dan representeert volatiliteit, of het betrouwbaarheidsinterval, de factor geluk of pech. Een verwachting is dan alleen bruikbaar als de factor geluk of pech klein is. Dat is als het betrouwbaarheidsinterval klein is.

Als we dit brengen naar het inkopen van energie, dan ben ik van mening dat je alleen voorspellingen moet gebruiken als je weet hoe groot het betrouwbaarheidsinterval is. En deze wordt meestal niet genoemd bij de voorspelling. Een reden hiervoor is dat mensen het niet willen horen. Als ik gevraagd wordt naar mijn verwachte olieprijs en ik antwoord dat de huidige prijs met eens wel 70% kan stijgen of dalen, dan vindt men dit maar een waardeloze voorspelling. Maar het het is wel een antwoord op basis van wat een voorspelling is: een verwachting plus een betrouwbaarheidsinterval. Een inkoopstrategie baseren op basis van voorspellingen is in mijn optiek dus heel gevaarlijk: je denkt dat je stuurt op de mening van een expert of een model, maar je bent veel eerder overgeleverd aan de factor pech of geluk.

In komende blogs zal ik meer ingaan op inkoopstrategieën, het maken van voorspellingen, de invloed van fundamentele informatie op marktprijzen en dergelijke.